Op Nu.nl lees ik vanochtend dat het CDA minder vaak spoed wil bij spoeddebatten. Wat mij betreft een prima initiatief want ik heb me al vaker verbaasd over het feit dat op iedere scheet meteen een spoeddebat moest volgen.
De initiatiefnemer binnen het CDA wil met zijn voorstel “de overijling in de politiek aanpakken”. Wel wat jammer dat ze een modern op timemanagement gebaseerd idee lanceren maar het dan met een dergelijke ouderwetse motivering ondersteunen.
Het CDA wil een onderscheid maken tussen “spoeddebatten die echt spoedeisend zijn en debatten die nog wel even kunnen wachten”. De logische vraag die dan bij mij opkomt is: “Wie bepaalt dan wanneer het om echte spoed gaat?”
Ook daar is over nagedacht. Een spoeddebat mag nog steeds (net zoals nu) door 30 kamerleden aangevraagd worden maar een meerderheid van de Kamer moet vervolgens bepalen of het spoeddebat ook echt met spoed gevoerd moet worden.
De oppositie heeft geen goed woord over voor het plan omdat de oppositiepartijen bang zijn dat “de mogelijkheden van de oppositie ingeperkt worden”.
Wat er uiteindelijk ook uit zal komen, het initiatief om de veelheid aan spoeddebatten aan te pakken moet naar mijn idee aangemoedigd worden. Misschien kunnen ze in de Tweede Kamer ook eens Covey lezen of het onderscheid leren maken tussen de begrippen ‘urgent’ en ‘belangrijk’.
