Wat een termen mensen. En ze worden tegenwoordig allemaal door elkaar heen gebruikt. Stress hebben we allemaal. Soms lijkt het weleens alsof je niet meetelt als je niet gestresst bent (!) en als we er te lang last van hebben noemen we het al snel burnout daar waar we vroeger over ‘overspannen’ spraken. Tijd dus om eens op deze begrippen en hun achtergronden in te gaan.
Stress is in feite een verstoord evenwicht tussen je persoonlijke draagkracht en de draaglast die je van buitenaf (werkgever, sociale contacten, partner, kinderen etc.) opgelegd krijgt.
Bij overspannenheid word je ziek door een te grote geestelijke inspanning of belasting. Toch hoeft er dan nog geen sprake te zijn van burnout.
Het verschil tussen overspanning en burnout is gelegen in de duur van het verlies van controle op het eigen functioneren. Bij overspannenheid varieert de mate van blootstelling aan stressoren van enkele weken tot maanden terwijl bij burnout de stress tot wel meer dan een jaar opgebouwd kan zijn.
Burnout kun je dan ook definiëren als het langdurig ernstig uit balans zijn van draagkracht en draaglast. Het is een staat van uitputting gedurende een lange periode die gekenmerkt wordt door negatieve gevoelens en effecten op alle gebieden (privé, werk, sociale omgeving) waarbij de persoon zelf niet meer in staat is positieve veranderingen aan te brengen. Er is dus zowel sprake van fysieke, als mentale, als emotionele uitputting. Burnout is meestal werkgerelateerd.
Signalen die op een burnout kunnen wijzen zijn:
- concentratieproblemen;
- steeds vergeetachtiger worden;
- steeds emotioneler worden;
- besluiteloosheid;
- slaapproblemen;
- fouten maken;
- lusteloosheid;
- cynisme;
- toenemende onzekerheid;
- seksuele problemen.
Heb je eenmaal met een echte burnout te maken, dan is het zaak om goede hulp van bijvoorbeeld een gespecialiseerde psycholoog te zoeken. Op het preventieve vlak echter kan een coach ook veel voor je betekenen.
Coachen bij burnoutpreventie is in de regel gericht op de 5 belangrijkste levensaspecten:
1. werk
2. gezin en/of partner
3. activiteiten in en om het huis
4. sociale contacten en last but not least
5. jezelf.
Door met aandacht naar je energiehuishouding te kijken en onderscheid te maken tussen energievreters en energiegevers kun je preventief vaak veel uitrichten. Activiteiten die je puur voor jezelf doet zijn immers vaak de energiegevers maar worden als eerste genegeerd in tijden van stress.
Meer weten? Laat een reactie achter, bel, mail of Twitter me!
