Eén van de voorwaarden voor goede communicatie is dat je waarnemen, interpreteren en oordelen uit elkaar kunt trekken en je er voldoende bewust van bent wanneer je waarneemt en wanneer je interpreteert (of zelfs oordeelt).
Dat is heel moeilijk omdat je natuurlijk in de meeste gesprekken niet bewust bezig bent met letten op hoe je denkt en wat je denkt.
Toch kan het niet goed kunnen scheiden van waarneming en interpretatie tot vervelende situaties leiden. Er kan miscommunicatie ontstaan of onbegrip dat vervolgens vaak niet uitgesproken wordt.
Waarnemen is een puur fysieke activiteit. Je ziet of je hoort iets. Goed waarnemen is erg moeilijk want je ziet of hoort vaak maar een deel van wat er allemaal waar te nemen valt.
Interpreteren is het toekennen van een betekenis aan wat je verbaal of non-verbaal waarneemt. Hoe je interpreteert heeft onder andere te maken met je eigen referentiekader, de situatie, de plaats, je gemoedstoestand et cetera.
Oordelen gaat nog wat verder dan interpreteren. Niet alleen gaat het om het toekennen van een betekenis maar daarin schuilt vaak nog een oordeel van ‘goed’ of ‘fout’.
Een voorbeeld
Je bent met een nieuw team aan het vergaderen voor een project. Je teamgenoot tegenover je zit constant op haar stoel heen en weer te schuiven (waarneming). Jij interpreteert dat als een teken van haar zenuwachtigheid (interpreteren) en denkt misschien zelfs wel “Wat een zenuwenlijder” (oordelen). Zou je aan je teamgenoot gevraagd hebben waarom zij op en neer zit te schuiven, dan zou ze je misschien gezegd hebben dat ze zich ongemakkelijk voelt omdat ze naar het toilet moet maar de vergadering niet wil onderbreken. Is ze dan nog steeds een zenuwenlijder?
In dit voorbeeld neem je dus iets waar maar toets je wel eerst wat de waarneming betekent zodat je niet tot overhaaste conclusies komt. Als we dat allemaal wat vaker zouden doen (en zo moeilijk is het niet!) dan zou er een stuk minder miscommunicatie en onbegrip zijn in zowel werk- als privésituaties.
